Anders dan bijvoorbeeld bij medische fouten zijn de meeste problemen voor slachtoffers van verkeersongevallen redelijk goed en inzichtelijk geregeld. De aansprakelijkheid is in 95% van de gevallen redelijk eenvoudig vast te stellen. Er is een goede regeling voor de aansprakelijke partij. De verzekeringsmaatschappij van degene die U heeft aangereden is rechtstreeks aanspreekbaar in het kader van de wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Wel letten op de hierbij afwijkende termijn van drie jaren.

Indien de aansprakelijkheid vaststaat wordt in beginsel Uw schade en ook de advocatenkosten (ook die van een letselschadespecialist) integraal vergoed. Het schema ziet er in het kort als volgt uit:

  1. Vaststelling aansprakelijkheid. In beginsel wordt dan alle schade vergoed.
  2. Uitzondering op deze regel zou kunnen zijn dat ook U een bepaald percentage eigen schuld heeft (bijvoorbeeld bij het niet dragen van de rolgordel wordt in beginsel 50% eigen schuld aangenomen). In dat geval wordt de schade vergoed met 100% minus het percentage eigen schuld dus met 50%. Ook de advocatenkosten komen dan in beginsel voor 50% voor Uw rekening (als U al niet in aanmerking komt voor kosteloze rechtsbijstand).
  3. Een uitzondering op regel 2 is de zogenaamde billijkheidscorrectie waarmee een nieuw percentage wordt vastgesteld waarmee de uitkomst van 2 wordt gecorrigeerd bijvoorbeeld door de volgende afwegingen:
  4. Mate van verwijtbare gedragingen van de aanrijder tegenover de mate van Uw schuld. De aanrijder reed iets te hard, naderde een kruising onvoorzichtig, was aan het telefoneren enz.
  5. De omvang van de schade blijkende uit de ernst van het letsel, waarbij ook een rol kan spelen de kleine auto van U die wordt aangereden door een zware, grote auto met veel massa.
  6. Het feit dat de aanrijder volledig verzekerd is voor deze schade en Uw schade voor een belangrijk deel voor Uw eigen rekening zou moeten komen.


In een recente uitspraak van het hof Den Bosch is bijvoorbeeld de schade van een van onze cliënten die geen rolgordel droeg en die daardoor door de rechtbank Maastricht 50% eigen schuld kreeg aangemeten, door het hof gecorrigeerd op grond van billijkheidsoverwegingen naar 85%, zodat cliënte 85% van haar schade vergoed kreeg.

Dit facet speelt ook bij de aanrijding van fietsers of voetgangers waarbij in beginsel steeds 50% van de schade door de automobilist moet worden vergoed en zoveel meer als deze en de omstandigheden hebben bijgedragen aan de schade van de fietser of voetganger.

WHIPLASH

De meest voorkomende verkeersschade is de achteropaanrijding waarbij de krachten als snelheid en massa tegenover het aangesnoerd zitten in de rolgordel een slingerbeweging van het hoofd ten opzichte van de romp veroorzaakt. Daarbij kan het hoofd ten opzichte van de romp wel tot 5cm worden uitgerekt en een enorme inwendige schade veroorzaken.

Het probleem daarbij is dat die inwendige schade moeilijk of niet kan worden gemeten. De klachten kunnen gigantisch zijn, terwijl op een röntgenfoto vrijwel nooit iets is te zien. Dit geeft de verzekeringsmaatschappij veelal aanleiding tot het ontkennen van het verband tussen aanrijding en die klachten.

Een arts bijvoorbeeld verklaart wel eens dat hij het medische verband tussen het auto-ongeval en de klachten zelf niet kan leggen. Wij juristen kunnen dat wel. Meestal is voldoende dat de arts wél bevestigt dat die klachten er vóór het ongeval niet waren en ná het auto-ongeval wel.

In een recente uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch in een procedure door ons bureau gevoerd, is vastgesteld dat aan het causaal verband tussen klachten en beperkingen en de achteropaanrijding en/of het auto-ongeval ook weer niet zo’n hoge eisen kunnen worden gesteld. De aard van de klachten en beperkingen bij vergelijk van de situatie vóór en ná de aanrijding kan de jurist zeer goed duiden ook al kan de arts dat niet.