De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Zo staat het in de wet geformuleerd. Het gaat evenwel nog iets verder want als de werknemer kan aantonen dat hij letselschade heeft geleden tijdens en vanwege het werk, dan zal de bewijslast van de werkgever meestal omkeren in die zin dat de werkgever in dat geval moet aantonen dat hij al zijn verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dit laatste wordt niet snel aangenomen.

Wanneer de dakdekker door het dak valt, de steiger met de bouwvakker erop omvalt, de bakkershulp met zijn hand in de broodsnijmachine komt, is de werkgever hiervoor meestal aansprakelijk. De werkgevers hebben zich meestal voor de gevolgen met een aansprakelijkheidsverzekering verzekerd.

Aarzel daarom niet om een deskundige in te schakelen die U bij de afwikkeling van deze schade helpt. Het is heel goed mogelijk om nu juist met deskundige bijstand de goede verstandhouding met de werkgever te bewaren. In een enkel geval is het zelfs mogelijk de werkgever te steunen in zijn moeilijke positie ten aanzien van de overheid en de verzekeringsmaatschappij. Uiteraard wordt hierbij altijd voor het slachtoffer gekozen zonder dat er sprake kan zijn van belangenverstrengeling.

Als werkgever is men verantwoordelijk voor de veiligheid van werknemers. Een werkgever dient dan ook alles te doen dat in redelijkheid verwacht mag worden. Van groot belang hierbij zijn de ARBO-regels waaraan de werkplaats moet voldoen. Het is van vitaal belang dat de werkplaats zo veilig mogelijk wordt ingericht. Denk hierbij niet alleen aan grote industriële bedrijven maar ook aan kleinere bedrijven zoals een bakkerij, of zelfs een doodnormaal kantoor. Op deze werkplaats dient alles dusdanig ingericht te worden dat het risico op letsel zo klein mogelijk is. Hierbij gaat het niet enkel om de veiligheidsmaatregelen die onderdeel uitmaken van een apparaat, maar tevens om de instructies verstrekt en handhaving daaromtrent door de werkgever. Toch gebeurt dit niet altijd en vaak heeft dit letsel tot gevolg. 

De werkgever zal elk ongeval moeten melden bij de arbeidsinspectie. Indien dit niet of te laat gebeurt wordt dat in het nadeel van de werkgever uitgelegd.

Hieronder zullen wij aandacht geven aan enkele bijzondere gevallen van werkgeversaansprakelijkheid. 

ASBESTKWESTIES

Ons bureau was al in de tachtiger jaren als eerste in Nederland bezig met het behartigen van de belangen van asbestslachtoffers. De eerste procedures namens asbestslachtoffers zijn door het advocatenkantoor van ons bureau met succes gevoerd en afgesloten. Hiermee liep ons Bureau voorop in Nederland met baanbrekende procedures en regelingen.

Bij asbestblootstelling geldt een verlengde absolute verjaringstermijn van 30 jaren. De korte verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat het slachtoffer subjectief met zijn schade en de veroorzaker daarvan bekend wordt. Het probleem dat zich bij asbestkwesties vaker voordoet is, dat het slachtoffer met zijn schade bekend wordt zelfs ná verloop van 30 jaren, zodat de korte verjaringstermijn begint te lopen op het moment dat de lange verjaringstermijn al is verstreken. De rechter heeft vastgesteld dat in vele gevallen het slachtoffer dan toch wordt beschermd en zijn vordering niet is verjaard.

Bv de kwestie van de weduwe Widdershoven tegen DSM ging het de weduwe om de vestiging van aansprakelijkheid ondanks vele tussentijdse financiële aanbiedingen van de werkgever. Ondanks de vele formele verweren van de werkgever dat de asbestblootstelling ook buiten het werk had kunnen plaatsvinden en dat aan alle veiligheidsvoorschriften was voldaan werd formeel als één van de eerste gevallen in Nederland aansprakelijkheid vastgesteld.

Ook ging het om de vraag van de omkering van de bewijslast op de werkgever voor het bedrijfsrisico van asbestblootstelling. Over deze zeer spannende procedure en de bewijsperikelen is een boek geschreven door de hoofdredacteur van De Limburger, Pete Adams “De laatste adem”.

Met enkele procedures zijn de meeste formele verweren in het voordeel van het slachtoffer opgelost.

MIJNWERKERS

In de negentiger jaren zijn in een korte periode van enkele jaren een groot aantal mijnwerkers (meestal steenhouwers, die de mijngangen voorbereidden) aan de asbestziekte mesothelioom overleden. In drie jaar tijd werden bij oud-mijnwerkers 48 sterfgevallen geregistreerd met mesothelioom als oorzaak. Namens één van hen is een procedure gevoerd ook tegen DSM (rechtsopvolger van de Staatsmijnen) waarbij met getuigen en deskundigen de oorzaak van die asbestblootstelling in het verleden is gevonden. De procedure werd gewonnen en al die 48 kwesties zijn opgelost middels een schadevergoeding aan de nabestaanden.